Waar ik wil zijn.

Al weken lukt het schrijven niet. Heet zoiets een writers block? Of gebeurt er niets belangwekkends in ons leven? Degenen die me niet echt kennen zullen het zich wellicht afvragen.

Tja.

Eerst was er een boek dat af moest.

Done.

Althans. Versie drie of vier, ik ben de tel kwijt geraakt, ligt bij mijn agent in Amsterdam. Over een paar weken gaan we erover praten.

Het afronden van het boek was niet gemakkelijk. Een onverklaarbare rem op mijn vingers deed me twijfelen bij woorden, zinnen en wendingen. Want, als het dan eens echt af is, gaan anderen het dan lezen? Als het door een uitgever wordt gewogen en goed bevonden? Eng! Ik lag er wel eens wakker van en mijn vingers weerstonden dagen lang mijn wens tot schrijven. Tot een goede vriendin – type recht-door-zee – me een verbale trap onder m’n kont gaf en ik besloot dat het tijd werd mijn vingers treng toe te spreken. Enkele dagen verbeten typen, lezen, deleten en typen volgden waarna ik versie x snel naar Amsterdam mailde. Zo. Even niet meer aan denken.

En dan? Een heerlijke schrijfvakantie? Musea bezoeken in Lima, wat bloggen, schrijven voor de Wereldwijven, lunchen met vriendinnen. Stevige ochtendwandelingen. Zoiets stelde ik me voor.

Maar het leven had iets anders in petto. Voor mijn familie, voor mij, voor de mensen waar ik het aller-, allermeest van houd. Dat moment dat je een bericht op je telefoon ziet bij het wakker worden, of je zo snel mogelijk kunt bellen. Je weet: na dit telefoontje is niets meer hetzelfde. Wat het nieuws is, je weet het niet. Wilt het wel weten, wilt het niet horen. Soms zou je je willen verstoppen voor de werkelijkheid. Deleten, dat alarmerende bericht. Zoals een zin in versie drie of vier van mijn boek zonder titel. Liever nog, een heel hoofdstuk overslaan, fast forward naar waar het verhaal weer leuk wordt.

Maar dat kan niet.

Sinds dat ene bericht, zijn dagen verstreken. Dagen van wachten. Hopen. Vrezen. Iedere dag bel ik met mijn ouders. We houden elkaar vast. De afstand is kut en staat tegelijk de mooie gesprekken niet in de weg. En toch. Toch wil ik daar zijn. Bij hen. Elkaar echt vasthouden.

Nog even volhouden, nog even geduld.

Zaterdag vliegen Thomas en ik naar Amsterdam. Alleen wij twee. Want Thomas wordt hoogstwaarschijnlijk aan zijn enkel geopereerd volgende week. In Amsterdam waar een arts in het AMC werkt die alles weet van voeten en enkels en hoe ze te helen. De dag na de operatie mag ik met mijn oudste, dan hinkelende, zoon de trein nemen naar Limburg. Naar mijn ouders, naar opa en oma. Thomas mag daar zijn revalidatie starten en daarmee hopelijk wat afleiding bieden tijdens een ander medisch traject. Dan ben ik daar waar ik nu zijn wil. En zal dan vanuit dat daar weer verlangen naar hier, waar Arjen en Benjamin het schooljaar afmaken.

Verscheurd tussen moeder zijn, dochter zijn, zusje zijn, partner zijn en oh ja, gewoon Ceciel zijn. Daar willen zijn waar ik niet zijn kan. Wat een rotgevoel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s