Een Nederlands kind in Lima – altijd anders dan de rest

Hij had pech deze vakantie, onze Thomas. Eerst moest er een buisje geplaatst worden in zijn te nauwe gehoorgang. Natuurlijk ging dat buisje alleen maar winst opleveren: een beter gehoor en voorlopig geen oorontstekingen. Maar tijdens een vakantie voelt dat toch wel als behoorlijk oneerlijk. Vervolgens bleek de pijn in zijn voet – iets waarvan wij al enkele maanden dachten dat het niets was aangezien het kwam en ging – veroorzaakt te worden door een minuscule maar behoorlijk vervelende fractuur in de enkel. De orthopeed achtte skiën geen probleem, de rit naar de Franse Alpen werd dan ook vol optimisme doorstaan: ‘bergen, here we come!’

Na twee pogingen in de prachtige sneeuw, moest Thomas helaas toch de pijnlijke conclusie trekken dat de enkel geen zin had in de sneeuw. De pijn die aanvankelijk kwam en ging, werd permanent. Aangezien ik sowieso niet ski (maar de dagen in dat Franse chalet schrijvend en wandelend zou doorbrengen), werd het een Thomas – mama week. Ondertussen genoot Benjamin van de onvoorziene luxe van privé skilessen van Arjen. Al na twee dagen suisde hij de zwarte pistes af. Alsof de laatste skivakantie geen twee jaar geleden had plaatsgevonden.

Wat doe je met een kind van elf dat niet goed kan lopen, niet kan zwemmen (dat deed ook pijn) en zich verveelt? Voor het antwoord moet je niet bij mij zijn. Ik heb het niet kunnen vinden. We hadden wel wat spelletjes meegebracht naar de Alpen en tekenspullen waren er ook, net als boeken. Maar dat soort dingen blijken heel wat leuker met je broertje erbij. Het was een uitdaging, samen de dag op een leuke manier doorbrengen terwijl de sneeuw buiten zo aanlokkelijk knisperde. Nu is er iets wat Thomas en ik allebei enorm leuk vinden. Praten en spannende films kijken. En met name dat eerste bleek broodnodig.

Voordat we naar La Clusaz reden, hadden we drie weken van Nederland genoten. We zagen familie en vrienden, er werd geschaatst (voordat we van dat breukje wisten…), we deden boodschappen bij AH (ja, dat is een feestje als je buiten Nederland woont), we gingen meerdere keren naar de bioscoop. Nu is vakantie in Nederland natuurlijk niet hetzelfde als wonen in Nederland. Zeker Arjen en ik kunnen dat onderscheid goed maken. Voor kinderen is dat anders, zelfs als ze elf zijn. Thomas concludeerde echter dat hij zich zo ontzettend Nederlands voelt. Heerlijk vond hij het om in Nederland te zijn. Niet de enige met blonde haren en blauwe ogen. Alles leek te kloppen voor hem, in Nederland. De ruimte, de rust, het geordende verkeer, de kou, de gezelligheid in huis als het buiten guur is. ‘Het brood is hier zelfs lekkerder’ verzuchtte hij terwijl hij gelukzalig naar het zachte witte puntje besmeerd met vegetarische smeerworst keek. Dat witte puntjes een traktatie zijn, leek hij wel te begrijpen overigens.

‘Ik ben wel klaar met anders zijn dan de rest’ vertelde hij me tijdens een lunch in de winterse zon op een terras aan de piste. Ik schrok. We hebben dit soort gesprekken wel eerder gehad, deze keer klonk het anders. Meer doorleefd. Meer doordacht. Nu hadden we op de weg naar Frankrijk een nacht doorgebracht bij vrienden uit onze tijd in Israël. De twee beste vriendjes van Thomas en Benjamin uit die periode, wonen nu in Duitsland waar hun vader op een Amerikaanse militaire basis werkt. Het weerzien – alsof ze elkaar de dag ervoor nog gezien hadden – bracht herinneringen naar boven aan vervlogen tijden. Op de Amerikaanse school in Israël was er geen sprake van buitensluiten, discriminatie laat staan racisme was er geen issue. En dat in een land dat zo worstelt met het conflict met de Palestijnse gebieden. Een islamitisch kind hoorde er even goed bij als een Joods kind of een christelijk mannetje. Blank, gekleurd, red heads, brildragers. Dik of dun. Alles ging samen. Er waren wel leiders en groepjes, maar uiteindelijk voetbalde iedereen met en tegen elkaar in de pauze en was er oprechte kameraadschap.

Dat gevoel van erbij horen, dat heeft Thomas op de een of andere manier nooit helemaal gekregen in Lima. Hij heeft het naar zijn zin, hij leert veel en snel, hij probeert dingen uit. Maar uiteindelijk voelt hij zich altijd de vreemde eend in de bijt. De Latino’s noemen zijn groepje los extranjeros. Zij voetballen niet met elkaar, spelen geen 4square samen. De niet-Latino’s (overigens afkomstig uit de hele wereld) worden gepest door de Latino meerderheid. Samen voelen ze zich wel sterk en veilig overigens. Maar iedere dag zijn er incidenten, soms klein en nauwelijks noemenswaardig, soms ongehoord pijnlijk. En, zo vertelde Thomas me tijdens die dagen in La Clusaz, het kost bakken energie. Nee, hij idealiseert Nederland niet. Hij weet: ook daar wordt gepest. Maar het lijkt erop dat de situatie op de Amerikaanse school in Lima toch wel wat uitzonderlijk is. Met name in de laatste jaren van de lagere school en de jaren op de middelbare school.

De dag dat we naar Nederland vlogen, had ik op de valreep een gesprek met Benjamins leraar en de schoolpsychologe. Die laatste vertrouwde me toe dat zij met haar gezin naar Vietnam verhuist in juli. Na twee jaar Lima al. Een gepokt en gemazeld internationaal gezin – vader is leerkracht op onze school en moeder begeleidt leerlingen op de basisschool – ze hebben al op heel veel internationale scholen gewerkt. Hun kinderen zijn even oud als onze jongens. Zij benoemde de schoolcultuur op de middelbare school als ongezond, giftig zelfs. Ik schrok ervan. Ik heb de school inmiddels wel echt omarmd en ben er graag. Ik ben lid van het strategisch team en geef leiding aan een project dat tot meer inclusiviteit moet leiden. Ik ken de problemen, maar meende dat mijn kinderen er geen last van hadden. De gesprekken met Thomas werpen nu toch wel een ander licht op de situatie. Hij benadrukte overigens wel echt happy te zijn verder. Maar dat gevoel dat je zo op je hoede moet zijn, dat er elk moment wel een sneer jouw kant op kan komen. Al staan je vrienden naast je. Dat is pittig.

In het buitenland wonen creëert resilience (veerkracht) in kinderen. Met die term word je om de oren geslagen in het land der internationale scholen. De term komt in vrijwel elke mission statement of strategy voor. Maar waar ligt de grens? Dat onze kinderen veerkrachtig zijn, dat zie ik dagelijks. Zo vliegen we met ze naar Nederland, we slepen ze mee van de ene afspraak naar de andere. Kinderen die ze een hele tijd niet gezien hebben zijn weer voor enkele uren speelkameraden. Volwassenen die ze maar soms zien vragen hun de oren van het hoofd. Hoe het gaat op school, hoe is het leven in Peru. Of ze van ceviche houden. Hoe is Machu Pichu? Deze vakantie moesten ze ook nog eens mee naar de makelaar, de notaris, een treurige bouwvlakte, naar de keukenboer en de tegelman. En hup, een operatie er tussendoor en op het laatst toch nog gips om dat been. Weer terug naar Lima, van de kou naar de hitte. Ze doen het allemaal toch maar weer. Omschakelen van Engels en Spaans naar Nederlands en weer terug naar Engels en Spaans.

Wat ben ik trots op ze, die twee veerkrachtige jongens van ons. Maar ook knaagt het. Is dit nog wel wat we willen voor onze kinderen?

Met het oog daarop hebben we dus uiteindelijk dat nieuwe huis in Nederland gekocht. Niet in Zeist, zoals Arjen en ik graag wilden. Over 2,5 jaar keren we terug naar Den Haag. We gaan wonen in de buurt van de International School The Hague, 1500 meter van het strand. Vrijheid voor onze kinderen! Op de fiets naar school! Uitwaaien op het strand! Wie weet, komt er een zeilboot? Arjen op de fiets naar het ministerie en ik weer ergens aan de slag. Liefst in het onderwijs. Het huis zal het komende jaar gebouwd worden. Ons eigen huis weer, geen huurhuis meer. Ons huis in Voorburg komt rond maart in de verkoop. We gaan met een schone lei beginnen. Minder avontuur, zoals Benjamin vreest? Ik denk dat dat wel mee zal vallen. Want voor ons valt er veel te ontdekken. In Den Haag, in Nederland en in Europa.

En toch even een noot ter relativering. Toen we in juli terugvlogen naar Lima, kon ik de tranen niet stoppen. Ik voelde me hier nog steeds niet helemaal thuis. Nu is dat anders. Ik vind het heerlijk weer in Lima te zijn. Het is een warm bad waarin we stappen. In de vier dagen dat we weer thuis zijn, hebben we alweer de shabbath gevierd met onze Israëlische vrienden en zijn onze Frans-Belgische vrienden komen BBQ-en. Logeerpartijtjes zijn gepland voor beide jongens. Vandaag kreeg ik bericht van een van de zwem-coaches. Of de jongens weer komen trainen en dat er een droog circuit voor Thomas wordt bedacht zodat hij zijn bovenlichaam kan trainen. Het is een interessante paradox. Gelukkig zijn en twijfelen. Maar is dat ook niet gewoon hoe het leven altijd zal zijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s