120 nerveuze moeders en een eenzame vredestichter

120 nerveuze moeders verwachtte ik die dinsdagochtend op school aan te treffen. En misschien een handjevol vaders. Samen de vertrekkende bussen uitzwaaien, kinderen nog een laatste advies toe fluisterend. En dan samen aan de koffie, elkaars tranen drogen.

Op mijn laatste blog kreeg ik zo veel leuke reacties! Meerdere lezers vroegen op een vervolg op het kamp verhaal van onze oudste zoon. Hij is inmiddels alweer bijna twee weken terug van zijn schoolkamp. Tijd voor een terugblik dus.

Zeker de helft van die 120 nerveuze moeders konden het niet opbrengen hun kinderen op school te komen uitzwaaien. De moeders die er wel waren, waren onder andere mijn vriendinnen. Een paar vaders. Maar ook – natuurlijk – nanny’s die de koffer van het aan hen toevertrouwde kind naar de verzamelplaats trokken. Thomas was mijn aanwezigheid al snel vergeten toen hij zijn vrienden zag. In de klamme kilte wachtten we stil, mijn vriendinnen en ik. Tot eindelijk het sein van vertrek werd gegeven en de kinderen klas voor klas in de schoolbussen verdwenen. Een kus of knuffel zat er niet in voor mij. Pas toen de motor van de bus startte, zocht Thomas mijn gezicht, opeens zag ik zenuwen in zijn ogen. Dat was het moment dat ook bij mij de zenuwen toeslagen.

De organiserende wiskunde lerares stopte me vlak voor vertrek haar mobiele nummer toe. Zag ik er zo bezorgd uit? ‘You can always call me dear’ fluisterde ze in mijn oor.

Natuurlijk heb ik haar nummer niet gebruikt. Daarom gaf ze het me vast ook.

Toen de bussen eindelijk weg waren, was het raar stil. Het handjevol moeders en nanny’s dat was gebleven tot het vertrek, verspreidde zich in stilte. Op WhatsApp buitelden de foto’s over elkaar heen. De moeders die er wel waren, hadden het op zich genomen dit memorabele moment voor de afwezige moeders vast te leggen. Dat Thomas op geen enkele van de gedeelde foto’s stond, is natuurlijk veelzeggend. Mijn kind maakt geen deel uit van wat hij de typische Peruaanse groep noemt. De voetballers, de kinderen die lid zijn van Club Regattas. De groepsfoto’s met de kinderen in dure merkkleding, allemaal even good-looking (is dat toeval?), met de duur uitziende koffers. Thomas staat er niet tussen.

De foto’s met zijn vriendjes wissel ik uit met mijn vriendinnen. Die gooien we niet in de WhatsApp groep. De tweedeling van de schoolgemeenschap is op zo’n moment ontzettend zichtbaar. Moeilijk te begrijpen, nog steeds. Het proberen te doorbreken van die cultuur voelt soms als vechten tegen de bierkaai. Maar dat terzijde. Voor Thomas is die tweedeling inmiddels geen probleem meer. Hij heeft zijn eigen veilige groep.

Alleen zat die veilige groep in een andere tent en had die veilige groep een ander dagprogramma dan Thomas z’n groep. Gelukkig verkeerde ik in gelukzalige onwetendheid tijdens het kamp. Had ik geweten hoe het met Thomas ging, dan had ik de wiskunde lerares al de eerste avond gebeld. Wat natuurlijk nergens toe zou hebben geleid, dus het is maar goed dat ik niets wist.

De dagen regen zich aaneen. Het waren er maar drie en natuurlijk waren ze zo voorbij. Dagelijks ontving ik via diezelfde WhatsApp groep stromen foto’s. Gemaakt door een moeder / lerares die mee was. Iedere foto opende ik met een vol verwachting kloppend hart. Ik zoomde in op groepjes kinderen, zocht tussen bomen, struiken en tenten naar een glimp van een blond hoofd. Maar natuurlijk stond Thomas ook niet op deze foto’s. Pas op de groepsfoto gemaakt vlak voor vertrek zag ik hem. Een bleek gezicht dat de andere kant opkijkt. Temidden van zijn vriendjes, dat wel.

Samen met vriendin R haal ik hem op. De zon schijnt, ik ben net bij de kapper geweest en voel me gek-zenuwachtig. Vlinders in mijn buik. Thomas zit in de tweede bus die de kampus oprijdt. Hij komt niet naar me toe gerend maar staat keurig op zijn bagage te wachten. Als ik vertel dat we gaan lunchen met vriendin R en haar zoon E (waarmee Thomas de tent deelde) zie ik dat het mis is. Hij is niet gewoon moe. Hij is verdrietig. De lunch cancel ik en we nemen een eigen taxi.

In de taxi zitten we minutenlang in stilte. Ik houd hem vast, hij houdt mij vast. Hij wil ook niet met papa lunchen bij de ambassade. Hij wil sushi bestellen en die met mij opeten. Thuis. Niemand anders erbij. Ik begin me toch wel zorgen te maken. Wanneer komt het verhaal? Wat is er gebeurd?

Wat er is gebeurd?

Wat er is gebeurd, is Thomas de vredestichter. Thomas de empathische. Thomas heeft de afgelopen dagen voor E gezorgd, de zoon van mijn vriendin. E is net in Lima komen wonen. Hij komt uit Israel en worstelt met de elitaire schoolgemeenschap. Hij had heimwee. Naar zijn familie, naar zijn vrienden in Israel, zijn oude school. En Thomas is op dit moment nog zijn enige vriend. Vandaar ook dat ze samen een tent deelden. Thomas heeft getroost, grapjes gemaakt ter afleiding, op sleeptouw genomen. Zijn vertrouwde groep vrienden zag hij alleen bij het ontbijt en in de namiddag en avond. Die hadden dan al uren lol met elkaar gehad, deelden ook een tent met elkaar. De sfeer zat er zeg maar goed in. En Thomas zorgde en zorgde. Op de vrije momenten ging hij naar de lege tent. Om te huilen.

Dan was er nog de derde tentgenoot. Ook een nieuwe leerling. Zijn heimwee uitte zich op een heel andere manier. Hij werd boos. Boos met name op E. Boos op de te kleine tent, het gebrek aan ruimte, comfort en privacy. Het kwam tot een gevecht tussen E en de andere tentgenoot. Thomas probeerde het te fiksen, probeerde te interveniëren, maar niets hielp. E liep weg. Een leraar schoot te hulp. Maar de problemen werden niet opgelost. De tentgenoot bleef boos. De nachten waren dus niet wat ze zouden moeten zijn op kamp. Met de zaklamp aan spannende verhalen vertellen aan elkaar, gekkigheid uithalen, te lang wakker blijven om te praten over wat er die dag was gebeurd, het bleef allemaal achterwege. Elk woord, elke beweging leidde tot een snauw van de derde tentgenoot. Arm kind, denk ik dan. Maar voor Thomas was het pittig. Slapen in een tent vol spanning.

Was het dan helemaal niet leuk?

Jawel. Het helpen in het weeshuis was leuk. De meisjes daar waren heel aardig. Ze hebben er muren geverfd en ingezamelde spullen gebracht. Dat was bijzonder, vond Thomas. Het avondprogramma was leuk en grappig. Het zelf eten maken was leuk. Het beter leren kennen van de leraren was leuk. Maar had het nou tot verbroedering geleid?

Nee. Totaal niet. De ‘typische Peruaanse groep’ praatte alleen Spaans met elkaar en deden alles samen als het maar even kon. ‘Ik zag alleen maar wat ik op school ook zie en dan nog erger.’ Dat nog erger had er natuurlijk alles mee te maken dat Thomas gescheiden was van de rest van zijn vriendengroep. Die keuze zal bewust gemaakt zijn door de schoolleiding. Hij werd ongetwijfeld gezien als een kind dat twee nieuwe leerlingen kon helpen zich thuis te voelen.

‘Ik ga absoluut niet mee naar Iquitos volgend jaar.’ Zo luidde de conclusie. Dat gevoel zal vast wel zakken. Het duurt nog een jaar voordat hij met de zevende klassers naar de jungle vliegt. Dat zien we dan wel weer.

Voor nu ben ik in afwachting van een gesprek met de Middle School counselor. Om Thomas’ ervaring te evalueren en te zien hoe we met hem deze eerste kampervaring kunnen aangrijpen als leermoment. Want hoewel Thomas wel om hulp heeft gevraagd aan zijn gymleraar, heel open is hij toen niet geweest. Hij vroeg of hij naar huis mocht omdat hij zijn moeder mistte en dat leidde slechts tot een gesprek over de schoonheid van iemand missen.

Mijn moederhart huilt wel een beetje natuurlijk. Wat had ik hem een superduper waanzinnig gaaf kamp gegund.

Hoopgevend is dat hij wel heel graag met het zwemteam naar Santiago de Chile wil eind november. Hij is daar eigenlijk een jaar te jong voor (hij is een jonge leerling in het Zuid Amerikaanse systeem). Hij wordt alleen bij uitzondering opgesteld als zijn tijden daar aanleiding toe geven. Zijn rugslag en schoolslag zijn aardig sterk, maar hij steekt in mijn ogen nog steeds wat klein en smal af tegen de andere jongens uit zijn jaar. En zelfs als hij geselecteerd wordt, moeten we maar zien of we het een goed idee vinden. Want een kind dat op 11-jarige leeftijd naar een ander land vliegt voor een sportwedstrijd… Ik weet niet of ik dat zie zitten. Zeker niet na deze kamp-ervaring. Of ben ik nou tuttig?

2 comments

  1. Ach Ceciel, wat is moeder zijn af en toe waardeloos en moeilijk he. Dit soort ervaringen zijn ècht niet leuk, en had je graag willen missen. Het maakt hem sterker, maar dat is denk ik het enige.
    Snel afhaken en door. Sterkte meis

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s