It takes a village…

It takes a village to raise a child. Misschien een opvatting die niet iedereen met me deelt. Zelf heb ik er eerlijk gezegd lange tijd weinig over nagedacht. Het leven liep zoals het liep, en we hebben al jaren geen village. Geen vaste village in de buurt althans.

We zouden vier jaar in Tanzania wonen. ‘Daarna komen we terug naar Nederland!’ Zo verzekerde ik mijn ouders, mijn zusje, mijn vriendinnen. En wat is nou vier jaar op een mensenleven? De jongens waren nog zo jong ook! Die vier jaar Tanzania zouden op den duur niet meer dan foto’s zijn van een avontuurlijke tijd in een ver land waar ze zelf waarschijnlijk geen herinneringen aan zouden hebben.

Die vier jaar, het werden er twee. Buitenlandse Zaken stopte met de ontwikkelingssamenwerking in Tanzania. Het werd daarna Israel en niet Nederland. En daarna dus Peru. We hielden telkens geen woord. De volgende post trok iedere keer net wat harder aan ons dan de wil om terug te keren naar Nederland.

In ieder land bouwden we onze tijdelijke ‘village’ op. Zolang de jongens nog klein waren en de opvoedkundige vragen zich concentreerden op slapen, eten en zindelijkheid (om maar eens iets te noemen), voldeed die tijdelijke vriendenkring. Heel veel diepgang en een hechte band tussen onze vrienden en onze kinderen was niet perse noodzakelijk om te sparren over bedtijd-rituelen, leren lezen en schrijven en verantwoorde snacks. Onze kinderen deden het prima op school, hadden genoeg vriendjes en afgezien van wat strubbelingen hier en daar, was er weinig noemenswaardigs wat ons deed verlangen naar een stabielere ‘village’.

Maar nu. Nu mis ik die village. Voor mezelf, voor Arjen. Steeds vaker ook, mis ik dat voor de jongens. Wat zou het fijn zijn toch, als zij buiten ons, echt wezenlijk contact konden hebben met andere volwassenen. En dan bedoel ik niet de juf of meester op school. Maar volwassenen die, los van hun professionele rol in ons leven, een hechte band met onze kinderen kunnen opbouwen en die in de buurt wonen. Iemand die ze in vertrouwen kunnen nemen als ‘die stomme moeder / vader’ er niks maar dan ook niks van begrijpt. Of misschien bij die eerste echte verliefdheid die zich vast wel gaat aandienen ergens de komende jaren.

Onze village is echter in Nederland. In Amsterdam, in Eijsden, in Putten, in Baarn, in Wassenaar en Den Haag. En de tijdelijke villages die permanent werden bevinden zich in Washington en in Tel Aviv. En al die lieve mensen die van ons en van onze kinderen houden, die zien ons en onze mannen te weinig om ze nog echt door en door te kennen. Mijn ouders spreek ik nog vrijwel dagelijks. Ze horen dus echt nog heel veel over de ontwikkeling en de worstelingen van de kinderen. Mijn zusje is (naast mijn man natuurlijk) nog steeds mijn sparringpartner bij opvoedkundige zaken. Maar toch. Ze maken de jongens weinig mee. Dat is toch anders.

In de afgelopen weken speelden er wat dingen waarbij ik dolgraag mijn village in de buurt had willen hebben. Om te helpen troosten. Om te praten over een verschrikkelijke rotactie van een highschooler waarbij een van onze kinderen heel akelig gepest werd. Nou ja, zo veel! En ik heb hier een paar super leuke vriendinnen en een fantastische partner. Maar toch, dit, dat opvoeden, wat is dat soms een uitdaging! En wat zijn er hier in Peru weinig mensen waarmee ik daarover kan praten zonder me belachelijk te voelen of onprettig kwetsbaar. Of zonder bang te hoeven zijn dat ik mijn kinderen kwetsbaar maak. Eerlijk gezegd doe ik dat dus steeds minder, met mensen hier praten over de ontwikkeling van de jongens, terwijl ik het juist steeds meer nodig heb!

Onze oudste had deze week zijn eerste Puberty Talk op school. Help! Mijn kind beweegt zich richting puberteit! Of eigenlijk zijn omgeving, want onze filosoof denkt liever na over vrede stichten in Syrië en Lego dan over meisjes. Maar hij heeft wel steeds meer behoefte aan autonomie en tijd voor zichzelf en vindt mij lang niet meer altijd de beste moeder op aarde. Wat gun ik hem een vertrouwde volwassene om zomaar even bij langs te gaan. Zoals mijn zusje en ik uren konden doorbrengen in de keuken van Tante Ton. Op een krukje met een chocolaatje, praten over onze (echt veeeeeel te strenge) ouders, onze verliefdheden, de eerste menstruatie. Al die dingen die je Echt Niet Met Je Moeder Kunt Bespreken.

Misschien moet ik mijn moeder maar een lesje Facetime geven? Of mijn zoons Skype leren waarderen?

2 comments

  1. Ja Ceciel,ik begrijp helemaal wat je schrijft. Opvoeden van kinderen was vroeger en ook nu nog steeds heel moeilijk. Maar geloof me soms lost het probleem ook van zelf weer op. Ook al realiseer ik me dat je wel heel ver weg bent. Ik gun je zo en ook je zoons een fijne gesprek partner daar. En inderdaad, kan de moderne techniek je hierbij helpen hoop ik.
    Ik verheug me jullie in Juni weer te zien en te spreken.
    liefs tante Tiny oet Segietere.

    Like

  2. Hier nog ééntje. Tot en met 2013 nog redelijk vast in Italie, daarna Spanje, Denemarken en nu Luxemburg. Mijn vader overleden, mijn moeder 92 en de grootouders van mijn ex hebben geen contact met de kinderen. Dus “geen village”of hele korte villages, maar dat is ook een village. De contacten, die er wel zijn, onderhouden we met man en macht. Zo ontmoet mijn jongste (15) min twee keer per jaar haar kleuterschool vriendin. Gaan ze allebei in de vakanties zonder mij logeren bij andere families.En verder wordt er veel gecommuniceerd via instagram en whatsapp. De village wordt meer en meer hun peergroup, dus voor hen komt het wel goed.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s