Boodschappen doen in Lima

Ik stond op het punt te schrijven over hoe wij afgelopen weken één van de privé klinieken subsidieerden door ik weet niet hoeveel röntgenfoto’s af te nemen (een stuk op twintig verdeeld over twee leden van ons gezin), twee keer gips te laten plaatsen (bij één lid van ons gezin, verwarrend hè!), twee echo’s en wat gesprekken met verschillende artsen. Maar ik heb even genoeg van het onderwerp ziekenhuis na maar liefst zeven ziekenhuisbezoeken in twee weken en één in het verschiet voor later vandaag. Even iets luchtigers!

Laatst liep ik met mijn moeder aan de telefoon door San Isidro. We kletsten over Thomas en Benjamin, de kou in Nederland en het relatief frisse zomerweer in Lima. Over vanalles en nog wat. Mijn ouders zullen ons niet komen opzoeken in Lima, het is te ver. Daarom vertel ik ze vaak aan de telefoon wat ik om me heen zie – we bellen vaak terwijl ik op pad ben. Deze keer nam ik mijn moeder mee boodschappen doen. Niets leuker dan door een supermarkt lopen in een ver land, toch? Ik vind dat in ieder geval altijd reuze interessant.

Nu is mijn Albert Heijn in den vreemde al lang niet meer exotisch voor me. Ik kom er inmiddels al een jaar en weet dat ik bij ‘mijn’ Wong alles kan krijgen wat ik nodig heb en meer terwijl ‘mijn Plaza Vea’ geschikter is voor de vergeten zak bloem en schoonmaakmiddelen aangezien groenten en fruit (laat staan vis en kip) daar van minder goede kwaliteit zijn. Maar ik had er niet aan gedacht dat mijn moeder nieuwsgierig zou kunnen zijn naar mijn Wong. Dus deze keer nam ik haar mee.

We liepen door een drukke straat waar het verkeerslawaai ons gesprek overstemde. Langs de winkel waar ze knutselspulletjes, speelgoed en tekenmateriaal verkopen (alles is hier te koop, behalve de squichy’s die de kinderen zo graag willen). Langs de winkel waar een Peruaanse ontwerpster weinig bedekkende avondkleding verkoopt. Langs de Duitse bistro waar ze in de winter zuurkoolgerechten op het menu hebben en langs de grote Katholieke kerk op ‘de ovalo’ (rotonde) waaruit altijd gezang klinkt en waar nonnetjes tamales verkopen voor een goed doel. Van de ene kant naar de andere kant van de ovalo komen, deed me in de eerste weken in Lima wanhopen. Zebrapaden hebben hier namelijk geen enkele functie en het is er altijd krankzinnig druk. Inmiddels ben ik een volleerd ‘oversteekster’ geworden. Aan de rijstijl van een auto kan ik zien of een automobilist zal stoppen of vlak voor mijn tenen zal langsrijden als ik halverwege de zebra ben.

Om enkele minuten voor acht stonden mijn moeder en ik voor de ingang van de Wong. Dat tijdstip heb ik altijd proberen te vermijden. Ik vind het openingsritueel namelijk ongemakkelijk (op z’n zachtst gezegd). Ik kom altijd later. Daar had ik deze keer echter niet aan gedacht en zo was mijn moeder via de telefoon getuige van het warme welkom dat de medewerkers van de Wong hebben voor de eerste klanten van de dag. De ingang wordt tot acht uur geblokkeerd door zo’n zwaar, glanzend donkerrood afzetkoord dat elegant tussen twee koperen paaltjes hangt. De eerste klant heeft het voorrecht dat koord los te maken zodat iedereen naar binnen kan. Die eer liet ik aan me voorbij gaan. Te erg voor mijn Nederlandse nuchterheid. Maar ik ontkwam niet aan de aan weerszijden van de ingang opgestelde medewerkers die in een haag de eerste klanten toeklappen bij binnenkomst.  Mijn moeder luisterde geïntrigeerd mee. Is dit klantvriendelijkheid op z’n Zuid Amerikaans?

De Wong heeft alles. Stroopwafels, theedoeken, kaas uit alle windstreken (al smaken de Gouda en Edammer naar plastic), vele soorten gekookte ham, gerookte ham, paté en salami. Een pakje Boursin-achtige kaas kost hier 7 euro, maar dan heb je wel echte smeuïge kruidenkaas. Soms kan ik me niet inhouden en koop ik zo’n pakje, dat vervolgens niet gegeten wordt. Dom dat ik me eens in de zoveel maanden toch weer laat verleiden.

Wat ik vooral fantastisch vind aan boodschappen doen in de Wong, is de rijkdom aan groenten en fruit die hier verkocht wordt. Enthousiast som ik op voor mijn moeder, die vermoedelijk kwijlend meeluistert vanuit winters Nederland. Mineola’s, mandarijnen, sinaasappels, limoentjes, ananas, papaya, blauwe bessen, bramen, frambozen, aardbeien, verschillende soorten appels, peren, druiven om niet te spreken van de mango’s die nergens lekkerder zijn dan in Peru. Ook aan groenten komen we hier niets te kort, hoewel het wel eens uitdagend is broccoli te vinden die niet beschimmeld is aan de binnenkant of courgettes die niet rot zijn (wat je maar moeilijk aan de buitenkant kunt zien of voelen). Wij zijn geen aardappeleters, maar voor de liefhebber hebben ze in mijn Wong minimaal tien soorten, soms meer. Een goede hardkokende is overigens moeilijk te vinden. Peruanen houden van zacht, stampbaar spul. En de broodafdeling van de Wong! Goed, hun volkoren brood is niksig fabrieksbrood, maar de broodjesafdeling is fabuleus. Alles wordt er de hele dag door versgebakken: maisbroodjes, stokbrood, croissants, ciabatta’s, pita broodjes en alles in volkoren en witte variant. Heerlijk in het weekend!

De klantvriendelijkheid van de Wong wordt pas echt zichtbaar bij de kassa. Daar zie je waarom die Boursin zo duur is. Je boodschappen hoef je namelijk niet zelf op de band te leggen. Dat doet een hele aardige meneer voor je. Vaak is die meneer geestelijk gehandicapt bij mijn Wong. Kijk, daar word ik  nou blij van. Diezelfde meneer snelt naar de andere kant van de band nadat hij mijn karretje geleegd heeft. Iedere keer weer kost het me moeite uit te leggen dat hij mijn Albert Heijn tassen moet gebruiken bij het inpakken van mijn boodschappen. Steeds weer komen de gratis plastic tasjes te voorschijn. Zelfs als ik mijn Albert Heijn tassen al open heb klaargezet. Helaas zijn er weinig mensen die hier met herbruikbare tassen boodschappen doen. De meesten vertrekken met tientallen plastic zakjes naar buiten – elk tasje herbergt een andere productgroep en wat in de koelkast moet krijgt een speciaal tasje waarop staat… dat deze waren koel moeten worden bewaard. Je gelooft het niet, tot je het ziet.

Als ik heb afgerekend bij de immer vriendelijke caissières, loopt de vriendelijke inpak-meneer met me mee naar buiten. Hij duwt mijn boodschappenkarretje naar de voorzijde van de winkel, waar ik een Wong Taxichauffeur vraag me naar huis te brengen. Als ik dat zou willen, zou de inpakker met karretje en al met me mee naar huis lopen (circa zeshonderd meter verderop). Dat gaat me echter te ver. Overigens loop ik zelf het allerliefst naar huis, maar als ik veel zware boodschappen heb, neem ik dus een taxi van de Wong. De boodschappen worden voor me in de auto gezet en de taxichauffeur brengt me voor een prikkie thuis, waar hij me verbiedt zelf een tas te dragen. Dat doet hij voor me, tot de voordeur. De oudere heren die de Wong taxi’s besturen zijn galant. Ze weten inmiddels waar ik woon en lachen altijd vaderlijk om mijn verbasterde uitspraak van onze straatnaam. Een fooi proberen ze steevast weg te wimpelen.

Wat een genot, boodschappen doen in de Wong! Mijn creativiteit in de keuken kent hoogtijdagen sinds we in Israël hebben gewoond, waar ik veel leerde over gevarieerd koken met voornamelijk groenten. Ik vreesde dat dit in Lima moeilijker zou zijn. Peru is toch nog een soort ontwikkelingsland. Maar door de bizarre tweedeling van de maatschappij, merk je daar in de supermarkt helemaal niets van. Voor rijk Lima is alles te koop, al betaal je dan wel de hoofdprijs voor bepaalde producten. Ik zal maar niet vertellen wat een pot Nutella hier kost. Iets wat gelukkig niet veel gegeten wordt in huize Kool-Huls. In de wijk waar mijn empleada woont is alles stukken goedkoper (maar de luxe producten zijn daar dan weer niet te koop).

Die tweedeling in Lima, daar blijf ik me over verbazen. Hoe een oneerlijke, ongelijke maatschappij in stand wordt gehouden door de rijken. Rijken die hun empleada’s, chauffeurs, body guards en bewakers graag onontwikkeld houden zodat ze geen vragen gaan stellen over hun rechten. Ik hoop dat wij het goed doen, hoe we met onze lieve hoewel nogal onhandige hulp omgaan en met onze tuinman die graag orakelt over aardbevingen en dergelijke. Met de inpakkers waarmee ik praat over Van Basten en Cruijff en Amsterdam. Ze hebben in ieder geval altijd een glimlach en een groet voor me. En onze kinderen worden steevast over hun blonde haren geaaid of ge-highfived door de mannen die bedienen bij ons favoriete koffietentje. Maar het blijft vreemd, die ongelijkheid te zien en er in feite deel van te zijn. Je behandeld te weten als een soort royalty in de dure supermarkt. Ik blijf het vervreemdend vinden. Maar ben wel blij met ‘mijn Wong’!

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s