Een school cultuur veranderen. Kan dat eigenlijk wel?

Diegenen die mijn Peru blog hebben gevolgd vanaf onze verhuizing, nu alweer ruim een jaar geleden, weten dat de verandering van school niet gemakkelijk is verlopen. Komend van een kleine, hechte schoolgemeenschap in Israel, was de overgang naar de grote, elitaire school in Lima een flinke uitdaging. Pesten, buitensluiten, het zal op de Amerikaanse school in Israel ook wel gebeuren. Zoals het op iedere school ter wereld vast in meer of mindere mate voorkomt. Maar hier, op Colegio Franklin Delano Roosevelt, heeft buitensluiten en discriminatie in de afgelopen jaren tot een tweedeling van de schoolgemeenschap geleid. Aan de ene kant de enorme elitaire Peruaanse families, aan de andere de kleine internationale groep. Er word weinig geintegreerd. Hoe de schoolleiding het zo ver heeft kunnen laten komen, dat weet niemand. Iets met de nasleep van een heftige periode in de gescheidenis van Peru (lichtend pad) en het daardoor verdwijnen van een ooit levendige internationele gemeenschap. Maar vooral iets met bevoorrechte families die de school sindsdien besturen en financieren en die zich afsluiten van de buitenwereld. Die slechts omgaan met hun even rijke familie en hun eveneens schatrijke oud klasgenoten. Een ons-kent-ons in extreme vorm.

Nu heb ik in Israel iets heel belangrijks geleerd. Iets wat ik nog niet echt onder de knie had voor ruim 3,5 jaar omgaan met zeer assertieve Israeliers. Zeggen wat ik ergens van vind en als het moet tegen de stroom inroeien. Niet gemakkelijk in Peru waar een erg indirecte manier van communiceren gebruikelijk is.

Ik had natuurlijk ervoor kunnen kiezen slechts te klagen en bij de pakken neer te zitten. Of simpelweg accepteren dat de Peruaanse samenleving niet mijn ding is, meegaan in die tweedeling. De kinderen stimuleren vooral vriendjes te maken binnen het kleine groepje expats dat de school rijk is. Had gekund. Ik zou zeker niet de enige zijn geweest. Ik heb vriendinnen die daarvoor gekozen hebben. Die klagen over het laatste voorval op school of in de schoolbus waarbij een jongetje als ‘black boy’ werd aangesproken en weggelachen. Waarbij hun kinderen weer eens de rug toegekeerd kregen op het sportveld. Waarbij hun dochter alweer als enige niet werd uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje. Die hun tijd in Lima uitzitten. Want niet alleen de school is K maar het verkeer, de luchtvervuiling, het klimaat, de niet bestaande klantgerichtheid en de dure vluchttickets naar Europa zijn dat ook. Een moeilijke posting wordt Lima genoemd om onder andere die redenen. Ik wilde dat echter niet. Hoe kan ik van onze tijd in Lima een goede, wat zeg ik, fantastische tijd maken als ik slechts klaag?

In Israel was ik erg actief op school. En dat wilde ik hier ook zijn. Alleen werd ik nergens voor gevraagd. Sterker nog, een kennismakingsgesprek met iemand die erg actief is op school, eindigde met de opmerking dat als ik wilde bijdragen aan de activiteiten die door de PTA (soort oudervereniging) werden georganiseerd, dan moest ik vooral een cake bakken voor dit of dat evenement. Mijn antwoord dat ik met alle liefde een cake zou bakken maar dat ik eigenlijk heel graag meer dan dat zou doen, leidde tot een schouder ophalen. Ze had werkelijk geen idee waar ze mij bij konden gebruiken. Er waren al zoveel vrijwilligers.

Ik liet me door die onaardige dame niet afschrikken. Ik besloot slechts dat zij blijkbaar niet mijn vriendin zou worden en dat ik het anders moest aanpakken. Steeds weer stuurde ik mailtjes naar de Superintendent (directeur van de school). Over dingen die ik hoorde en zag op school. Ik werd de mond van de ontevreden moeders die slechts onderling klaagden maar nooit het gesprek aangingen met school. De Superintendent, een ambitieuze Amerikaan, zag wel iets in me. Eerst werd ik lid van de integriteitscommissie. Een commissie bestaande uit leerkrachten, ondersteunende staf en een paar vrouwen uit de PTA. En ik dus. Aanvankelijk als een soort aangewaaid lid zonder status op school maar wel met ervaring op andere internationale scholen. Inmiddels als co-chair. Het team werkt aan het vergroten van inclusiveness (hoe vertaal je dat in het Nederlands?). Tegen buitensluiten, tegen discriminatie, tegen pesten.

Van het een kwam het ander. In januari werd ik opeens de leider van het Parent Ambassador Team. Met mijn team van inmiddels een kleine dertig vrouwen, zet ik een programma op poten dat ertoe moet leiden dat nieuwe families zich meer welkom voelen op onze school. We zorgen voor rondleidingen op de enorme campus, gaan koffie ochtenden organiseren in de verschillende districten van Lima waar veel van de Roosevelt families wonen, evenementen met springkussens en hamburgers organiseren, Spaanse en Engelse conversatie ochtenden regelen. De gedachte was dat mijn team een dwarsdoorsnede van de schoolgemeenschap zou zijn. Vertegenwoordiging van zoveel mogelijk nationaliteiten, inclusief vanzelfsprekend de Peruaanse.

Dat laatste, dat blijkt dan toch niet zo eenvoudig. Tot mijn grote verbazing meldde zich gisteren een Peruaanse dame bij me. Ze sprak namens haar Peruaanse vriendinnen. Ze wilden allemaal dolgraag in mijn team, maar afspreken met die nieuwe families, zelfs koffie drinken met een nieuwe moeder, dat ging hen echt te ver. Konden ze niet volstaan met een aardige e-mail sturen, hun telefoonnummer geven en dan via Whatsapp eventuele vragen beantwoorden? ‘ We hebben het echt te druk om met de nieuwen af te spreken. En het past ook niet bij de Peruaanse cultuur, dat moet je wel begrijpen, Ceciel. We zijn graag op onszelf.’

Ik vroeg haar of ze zich nog kon herinneren hoe het was om nieuw te zijn. Of ze dat uberhaupt wel eens meemaakte. Nee, eigenlijk niet. Ze was nooit echt nieuw. Haar leven speelt zich af op de club waar ze als kind al naartoe ging en waar ze haar man leerde kennen en vriendinnen maakte voor het leven. Voordat haar oudste kind naar EC3 ging (de laagste kleuterklas op onze school), zat ze al in een whatsapp groep met andere moeders van nieuwe EC3 leerlingen. Allemaal van dezelfde club. Ons kent ons. Ik besloot me kwetsbaar op te stellen en verhaalde over onze ervaringen op school. Hoe onze jongste als enige van de hele klas niet voor een verjaardagsfeestje werd uitgenodigd. Over onze oudste die wekenlang genegeerd werd in de klas. Over de eenzaamheid als je ergens nieuw bent. Over die keer dat ik naar een voetbaltraining zat te kijken en zag hoe de andere moeders elkaar omhelsden, koffie voor elkaar meenamen en mij niet aankeken. Zelfs toen ik op ze afstapte werd ik genegeerd.

Het werd stil.

‘Je hebt gelijk’, zei ze. Ik ga met mijn vriendinnen praten. Dit kan zo niet langer. We moeten veranderen. Tijd maken, Ruimte maken.

Ik ben reuze benieuwd…

2 comments

  1. wat een verhaal, wat heb je je dapper en strijdlustig opgesteld.
    Maar ook kwetsbaar maar vooral heel goed. wat ben ik trots op je Ceciel.
    Ga zo door en misschien komt er een einde aan deze manier van omgaan met elkaar als ouders en een voorbeeld te stellen voor de toekomst van de kinderen.
    Dat ze leren iedereen een kans te geven en met elkaar om te gaan.Van waar je ook komt of wat je kleur ook mag zijn.
    Ik wens je heel veel succes en moed toe.Kus tante Tiny.

    Like

    • Hoi Ceciel
      Even laten weten dat ik je nog steeds vol. Veel respect voor jou hoe je je door alles heen worsteld in jullie “postings”. Wat een prachtig mens ben je xxxx
      Jij laat je niet kennen en kiest iedere keer weer voor de moeilijk begaanbare weg. Ben nu wel benieuwd hoe dit verder gaat.
      Love to you and your men :)😃😂

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s