Vrachwagens, slaapbussen en tweebaanswegen. Van Lima naar Huanchaco

Lima verlaten kost tijd. Als je om zes uur in ochtend vertrekt, duurt het een uur. En dat is dan een meevaller. Iedere keer als we de stad verlaten, overvalt het me. Hoe we de wijken met moderne appartementencomplexen en de mooie huizen verwisselen voor de rommelige en onoverzichtelijke buitenwijken waar armoede troef is. Rijen mensen die wachten op hun bus. Afval in de berm, op de vuile stoepen, op straat. Mensen die tussen dat afval zoeken naar iets bruikbaars. De verkopers op de kruispunten met hun zakjes chips en nootjes, snoep, flesjes Inca Cola, plastic bekertjes met drillerige gelatine, een lepeltje erbij.

Na een uur worstelend rijden door het drukke verkeer, zit je opeens in een nevelige woestijn. Niets dan zand en hier en daar houten keetjes. Die hutjes, dat is iets aparts. Langs sommige stukken van de Panamericana tref je langgerekte stukken land aan met verspreid liggende houten hutjes. Niemand die er woont. Vaak is er een vlaggetje bevestigd aan zo’n huisje, soms is een groep van die huisjes ommuurd, als een compound. Maar er woont niemand. Ik heb me laten vertellen dat mensen op deze manier grond claimen.

Enkele uren reden we door nevel die later overging in eentonige grijze lucht. Pas aan het eind van de ochtend won de zon het en vanaf dat moment liep de temperatuur snel op. Wat een beetje zon uitmaakt, is onbeschrijflijk. De eerst nog saaie weg door een kleurloze zee van zand, veranderde in een boeiend landschap. Het zand kleurde in het zonlicht, rode schakeringen wisselden duizend tinten grijs af. We waanden ons terug in Israel. Of nee, Jordanie!

De lange weg naar het noorden zou een vierbaansweg moeten zijn. Om onduidelijke redenen was het nu echter hoofdzakelijk tweebaans. Afwisselend was de weg richting het noorden of die richting Lima afgesloten met betonnen blokken. Levensgevaarlijke situaties ontstaan zo. De Panamericana wordt vooral bereden door zwaar vrachtverkeer en slaapbussen. De Europese regel van twee uur rijden en dan even rusten, geldt in Peru evenmin als regels rondom rechts rijden en links inhalen. De personenauto’s – ja, die rijden er ook – halen de langzaamrijdende zwaargewichten ongeduldig links en rechts in. Vluchtstroken worden zonder terughoudendheid gebruikt, het is enorm onoverzichtelijk. En dat terwijl de weg dus slechts tweebaans is. Ook het tegemoedkomende verkeer bestaat uit slaapbussen en zwaar beladen vrachtwagens waar ongeduldige auto’s omheen rijden. Onwillekeurig houd ik mijn adem in als we een vrachtwagen inhalen. Als er nu maar niet opeens een auto achter die vrachtwagen vandaan komt op de andere rijstrook. Na een klein jaar autorijden in Peru is Arjen echter volleerd. Zonder kleerscheuren bereiken we na een kleine 9 uur rijden Huanchaco.

Ons hotel wordt door een weg van een ondiep strand gescheiden. De pacific is ook hier machtig. Grijze golven met witte koppen rollen onophoudelijk het stukje zand op. Surfers hoeven nooit lang te wachten op een goede golf. Ons hotel is een aanrader. Eenvoudig maar gastvrii. Het zwembadje in de betonnen voortuin was precies wat de mannen nodig hadden na uren zweten in de volgepakte auto.

Aan het begin van de avond liepen we langs het strand richting de boulevard van Huanchaco. Hier bevinden zich de hostels waar backpackers rondhangen. Een barretje op het strand barst uit zijn voegen, muziek klinkt overal. Een jongeman in zwarte harembroek en met ontbloot bovenlijf speelt op een viool terwijl hij naar de golven staart. Een oudere vrouw mediteert, met gekruiste benen zit ze op het stenen muurtje boven het strand. Er staat een karretje waar twee gezellige kletsende dames een soort appelbeignets frituren. Thomas stelt voor hier te dineren. Appelbeignets eten in het zand klinkt aanlokkelijk. Maar de Lonely Planet wees ons op het bestaan van Otra Cosa, een Nederlands-Peruaans restaurant. Even hoopten we op kroketten, maar nee. Otra Cosa is vegetarisch. Rijkgevulde omelet op een dikke snee zelfgebakken brood en falafel met guacemole werd het, gevolgd door ouderwetse Nederlandse appeltaart met vanille ijs.

De wandeling terug naar ons hotel was romantisch zoals alleen een gezinsuitje romantisch kan zijn. Arjen en Benjamin liepen gearmd voor Thomas en mij uit, druk in gesprek over de dag en de reis voor ons. Mijn vest bood bescherming aan zowel Thomas als mijzelf tegen de onverwacht frisse zeewind. Wat een mooie afsluiting van onze eerste reisdag.

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s