Van schuilkelders en gasmaskers naar noodrugzakken en helmen

Toen we vier jaar geleden verhuisden naar Israël, waren we erg onder de indruk van het feit dat we een schuilkelder in de tuin hadden. Voor raketaanvallen. Want die vinden wel eens plaats in Israël. Ons werd toen al verzekerd dat dat niet echt vaak voorkwam, er was geen intifada aan de gang. Op dat moment vond ik dat nog niet direct geruststellend. Enkele weken later kregen we ook nog gasmaskers uitgereikt. Voor het geval Syrië het op z’n heupen kreeg. Zwaar onder de indruk maakten we foto’s in de tuin met de gasmaskers op.  We hadden inmiddels gelukkig al het een en ander geleerd over korte- en langeafstandsraketten en wisten dat gifgas vanuit Syrië alleen met heel zware (en dure) langeafstandsraketten Tel Aviv kon bereiken. De kans dat zoiets zou gebeuren was erg klein. Het gevoel van dreiging verdween op den duur. We voelden ons perfect veilig in Israël, juist door de strenge controles op vliegveld en bij de malls waar auto’s en tassen werden gecontroleerd.

Hoe dan ook is het erg je te realiseren dat er mensen zijn die hun leven lang met dreiging leven. Het is niet zo dat in Israël dagelijks de raketten om je oren vliegen en zelfmoordaanslagen met bomgordels komen er door de strenge controles niet meer voor. Wij hebben zelf ‘maar’ één echte oorlog meegemaakt. Maar ik merk wel dat nu ik er gewoond heb en inmiddels dus vertrokken ben, ik met andere ogen en oren het nieuws tot me neem uit dat deel van de wereld. Wij hebben er eigenlijk niets meegemaakt. Woonden op zo’n veilige plek, relatief ver weg van de brandhaarden. In de periode dat er veel aanslagen met messen plaatsvonden, vermeden we gewoon Jeruzalem waar de spanningen het hoogst opliepen. Degenen die daar wonen, kunnen dat niet.

We lieten Israël met z’n schuilkelders en gasmaskers achter zoals we twee jaar daarvoor, in 2013, Tanzania verlieten. Destijds waren het hoge muren met prikkeldraad om het huis en 24/7 bewaking die we achterlieten. En de wetenschap dat over straat lopen met een tas, vragen om problemen was.

En nu zijn we in Lima. Zeker de buurt waar we wonen is bijzonder veilig. Je hoort wel eens nare verhalen over overvallen op mensen of winkels, daar niet van. Nog maar enkele weken geleden werd de net geopende broodjeszaak van een Nederlander overvallen. Hij wist bijtijds weg te komen naar het bovengelegen woonhuis waarvan hij de tussendeur wist af te sluiten voordat de overvallers hem konden volgen. De zaak is nog steeds gesloten, hij moet eerst de beveiliging op orde krijgen. Dat voorval vond echter plaats in een heel wat minder fijne buurt dan die waar wij wonen. We hebben geen bewaker voor de deur. Niet nodig. De huizen om ons heen overigens voor een deel wel. Maar dat zijn waarschijnlijk mensen waar ook wat te halen valt en waarvan de rijkdom bekend is. Er wordt de hele dag door gepatrouilleerd in de straat, op de fiets en op Segways. Prettig. Al werd me voor de vakantie ook verteld dat die toezichthouders de andere kant op kijken als er wordt ingebroken terwijl je met vakantie bent. Een goed alarmsysteem hebben we dus wel. Inclusief zwaailichten aan de straatzijde.

Maar goed, we voelen ons veilig in huis en ik loop dagelijks ruim 7 kilometer door de straten van San Isidro en Miraflores.  Er is hier ook geen terrorisme meer sinds Lichtend Pad werd gedecimeerd. Een walhalla, zeker met het oog op de recente gruweldaden in Europa.

Maar.

In Peru heb je aardbevingen. Ah! Van overvallen op huizen en voetgangers naar schuilkelders en van schuilkelders naar aardbevingen. In de weken na onze aankomst in Lima, waren er dagelijks trillingen voelbaar. Het is gek hoe dat bij mij werkt. De eerste voelde ik heel duidelijk. Ik zat op het bed in ons tijdelijke onderkomen te lezen en voelde het bed onder me trillen. Sindsdien voel ik ze nog maar zelden. Maar ze zijn er wel. De laatste tijd weer wat vaker. Maar ik voel ze dus niet. Afgelopen zondag was er een waarvan ik later op de dag hoorde tijdens een picknick met vrienden. Toen ik aan de jongens vroeg of zij iets gevoeld hadden zei Benjamin, ja hoor. Dat was vlak voordat we gingen lunchen. Toen ik vroeg waarom hij er niks over had gezegd zei hij: ‘ach, het was maar een kleintje. Niet belangrijk toch?’

In de afgelopen maanden hebben op andere plekken op de wereld grotere aardbevingen plaatsgevonden, waarbij slachtoffers vielen. Daar schrik ik wel van, nu we zelf in een aardbevingsgebied wonen. We weten dat een groot deel van Lima bestaat uit slecht geconstrueerde gebouwen. Een grote aardbeving hier, zal desastreus zijn. Om te beginnen vanwege die ondeugdelijke bouw – om nog maar te zwijgen van de sloppenwijken die vaak tegen onstabiele heuvels zijn aangebouwd. Maar ook de infrastructuur is enorm kwetsbaar. Dat hebben we al gemerkt bij de overstromingen. Er is slechts één waterzuiveringsinstallatie voor heel Lima (11 miljoen inwoners). Als die kapot gaat tijdens een aardbeving, zijn de gevolgen niet te overzien.

Hoe bereid je je daarop voor?

In de allereerste plaats door goed te kijken naar de aardbevingsbestendigheid van je huis of appartement. Als het goed is blijven zowel de ambassade als ons huis overeind tot een aardbeving met een magnitude van 7,9. Vanaf 8 is niets meer zeker. Maar ja, in hoeverre een beving van 7 op de schaal van richter schade veroorzaakt, hangt ook samen met de duur van de aardbeving en het ritme (snel elkaar opeenvolgende schokgolven of tragere schokken). Na zo’n zware beving ga je toch beter je huis uit.

Met de kinderen hebben we afspraken gemaakt over wat te doen bij een heftige beving.  drop and cover is de afspraak, waar je ook bent. Liefst kruip je onder een stevige tafel. Weg bij ramen. Niet in paniek raken, niet naar buiten rennen, maar schuilen. En dan samen via de zijkant of voorkant van het huis weg, naar Parque Roosevelt bij ons om de hoek. De overheid heeft dat park aangemerkt als veilige plek waar inwoners uit de buurt kunnen verzamelen na een zware beving. Overal in Lima vind je dat soort verzamelplekken. Vier noodrugzakken staan in de garage, vlak bij de open voorzijde. Ieder met een radio met batterijen, een knijpkat, water en droge koekjes, een fleece-dekentje. Naast de rugzakken liggen vier helmen. Want het allergrootste risico dat je bij een aardbeving loopt is dat er iets op je hoofd valt.

Ook op het scenario dat Arjen op de ambassade is en de jongens op school zijn we berekend. Kinderen kunnen een nacht op school verblijven en een collega van de Canadese ambassade haalt ook onze kinderen daar op in geval van nood. Hij woont bij de school om de hoek. Het is niet ondenkbaar dat we de eerste dagen na een grote beving niet of niet gemakkelijk de wijk kunnen bereiken waar de school gevestigd is.

Eigenlijk is het een schijnveiligheid die je creëert op deze manier. Maar ja. Wat kun je anders doen? Dat we een aantal noodscenario’s hebben, is genoeg voor een zekere ‘peace-of-mind’. Maar ik hoop dat we ze nooit hoeven toe te passen, die scenario’s. Het lijkt me echt gruwelijk eng.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s