Een ode aan twee globetrotters

Bijna vier maanden geleden is het alweer, dat we landden op Jorge Chavez, het internationale vliegveld van Lima. Terwijl Arjen samen met een collega van de ambassade onze berg bagage van de banden trok, zat ik met de jongens op de grond. Onze ruggen tegen een vuilwitte muur. We hadden het warm, waren moe en gekreukt van de lange reis. In de voorgaande twee maanden hadden we geprobeerd de kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op de verhuizing. Maar de werkelijkheid is altijd anders. Weerbarstiger.

Twee hoogblonde jongens die, vanwege het werk van hun vader en de drang naar avontuur van hun ouders, voor de derde keer helemaal opnieuw moesten beginnen. Met grote ogen keken ze naar de chaos om hen heen. Na de perfect georganiseerde vliegvelden Ben Gurion en Schiphol, was Jorge Chavez even schakelen. De rit naar Miraflores door een donker Lima hielp niet echt. Heel veel verkeer, heel veel lawaai en niets dan hoge gebouwen en schreeuwende reclameborden langs de weg. De aankomst in een heet appartement zonder airco, met dunne gordijntjes waar de eerste zonnestralen direct voor een verblindend licht zorgden, het was niet gemakkelijk. Auto alarmen bleven de hele nacht loeien, niemand die zich er druk over leek te maken. Behalve wij dan. Die eerste nachten deden we nauwelijks een oog dicht.

De eerste dagen in Lima zijn dan ook als een waas voorbij gegaan. Met de makelaar rijdend van het ene appartement naar het andere, ons laat in de middag realiserend dat we de lunch wéér hadden overgeslagen. Papa die vanaf dag één aan het werk was en een moeder die sterk probeert te zijn maar die ook heimwee heeft. Pittig voor de jongens. Die eerste weken waren de XBox en Netflix hun (en mijn) redding. Nee, normaal gesproken ben ik geen voorstander van veel schermtijd, maar ik liet de teugels flink vieren toen we hier net waren. Want wat deden we onze kinderen ook aan? Midden in het schooljaar weggaan van de leukste school ever. Midden in een lange, warme zomervakantie een nieuw leven opstarten in Peru. Peru of all countries…

Nu er bijna vier maanden voorbij zijn, is het tijd om te vieren dat die twee jongens van ons zich er weer fantastisch doorheen hebben geslagen. Dat de XBox niet veel meer gebruikt wordt terwijl er dagelijks nieuwe bouwwerken verrijzen in de speelkamer, is veelzeggend. Gisteren vertelde Benjamin dat hij in de bus naar huis had moeten huilen. Hij miste zijn beste vriendje in Israël, Oskar, opeens heel erg.

‘Mama, het was wel een beetje raar hoor. Want ik had vandaag juist een hele leuke dag op school. In alle pauzes heb ik met andere kinderen gespeeld’, vertrouwde hij me toe.

Toen we tijdens ons koffiemomentje daarover verder praatten, kwamen we tot de conclusie dat die tranen niet zo gek zijn. Want in Israël was het 1000 keer gemakkelijker (‘nee mama, een miljoen keer!’) om nieuwe vriendjes te maken. Hier is dat anders. Omdat de school heel anders in elkaar zit.

De Amerikaanse school in Lima, Franklin Delano Roosevelt, is niet echt een internationale school. Het curriculum is dat wel (IB), maar de studenten zijn het niet. Het overgrote deel van de leerlingen is Peruaans en afkomstig uit schatrijke families (we hebben het dan over de elite van Peru, multimiljonairs, dat soort rijk). De kinderen die tegelijk zijn begonnen in de Early Childhood klasjes (kleuterschool), vormen samen een ‘promocion’. Vergelijk dat maar met een jaarclub die op de kleuterschool gevormd wordt. Deze kinderen groeien samen op, gaan samen op clubjes, gaan straks samen studeren en trouwen onderling. Zo werkt het ongeveer. Je promocion heb je voor de rest van je leven. Daar gaat iets heel moois en krachtigs vanuit natuurlijk, het zorgt voor levenslange vriendschappen waarop je altijd kunt terugvallen. De keerzijde van de medaille is echter dat de promocion meestal gesloten blijft voor kinderen van buiten. Ook als die kinderen vier jaar lang meedraaien op school. Dat is althans wat er op Roosevelt gebeurt. Niet iedere promocion is hetzelfde en niet ieder kind is hetzelfde. Maar dit is zo ongeveer wat er in algemene zin over Roosevelt wordt verteld aan nieuwkomers zoals wij. En wat onze kinderen inmiddels aan den lijve hebben ondervonden.

Thomas zit in de vreselijkste promocion ever, vertelden zijn juffrouw en de schoolpsycholoog ons. En zijn klas herbergt ook nog eens de moeilijkste groep jongens uit die promocion. Thomas heeft geen vriendjes in zijn klas. Hij wordt simpelweg niet opgenomen in de groep. En hij heeft het geprobeerd hoor. Keer op keer. Om steeds weer buitengesloten te worden. Wat doet dat met een kind? Na de nodige huilbuien en gesprekken met mij en met de juf en de psycholoog, heeft Thomas besloten er het beste van te maken. Hij werd vriendjes met jongens uit andere klassen die net als hij third culture kids zijn – kinderen die voor een belangrijk deel opgroeien buiten hun eigen cultuur. Kinderen die weten hoe het is om helemaal opnieuw te moeten beginnen in een ander land. Kinderen die wel Engels spreken op het schoolplein waar de voertaal overwegend Spaans is. Bij deze groep voelt hij zich thuis. In de klas focust hij op zijn schoolwerk. Terecht is hij trots op zichzelf. Hij is sinds de verhuizing enorm gegroeid in academisch opzicht. Hij werkt keihard, behoort inmiddels tot de besten van zijn klas en de juf loopt met hem weg. Zijn Spaans gaat met sprongen vooruit en hij heeft het echt naar zijn zin. Hij vindt Peru een interessant land, een mooi land. Hij is vrolijk, lief en behulpzaam, observeert en analyseert. Hij doet twee keer per week aan atletiek met zijn vriendjes, speelt piano en gaat naar de Nederlandse school. Hij mist Israël nog steeds, maar is ook daarover praktisch. Over vier jaar gaan we terug naar Nederland. Dan pikt hij zijn vriendschappen weer op met vriendjes Jack en Aleksandr die rond die tijd ook terugkeren. Kunnen ze mooi samen hun IB diploma halen in Den Haag en samen naar de universiteit.

Voor Benjamin ligt het iets anders. De promocion waarin hij terecht is gekomen, bestaat twee jaar korter en lijkt iets minder gesloten. Hij heeft wel vriendschappen kunnen sluiten met een paar jongens uit zijn klas. Peruaanse jongens die hun best doen Engels te spreken op het schoolplein en die Benjamin proberen te betrekken bij hun spel. Soms althans. Het probleem in Benjamins geval is dat al die jongens ver bij ons vandaan wonen. Playdates zijn daardoor zeldzaam. Het verkeer in Lima zorgt ervoor dat kinderen die in La Molina en Surco wonen (zoals vrijwel al Benjamins nieuwe vriendjes), buiten school niet omgaan met kinderen die in San Isidro of Miraflores wonen. Simpelweg omdat het onmogelijk is. Het is minstens een uur rijden. One way. Zoiets als een kind dat in Den Haag woont laten spelen met een vriendje in Amsterdam. Dat doe je ook niet… En ook Benjamin merkt dat de Peruaanse kinderen uiteindelijk toch het liefst met elkaar zijn. Vaak rennen ze midden tijdens een spelletje bij Benjamin vandaan. Zonder uitleg.

Gelukkig onderkent het schoolmanagement het probleem. Vanaf het komend schooljaar wordt ernaar gestreefd Engelstalige leerlingen met minstens drie andere Engelstalige kinderen samen te plaatsen. Met meer kan trouwens niet. In Benjamins jaar zijn er simpelweg maar 10 Engelstalige kinderen (op 120 tweedeklassers). Onze kinderen worden overigens gezien als Engelstalig. Dat blijft apart.

Ook Benjamin maakt er het beste van. Net als Thomas is hij in academisch opzicht enorm gegroeid en net als Thomas heeft hij wat internationale vriendjes gemaakt in andere klassen. Ook hij doet aan atletiek met zijn vriendjes en voor het gemak zijn Thomas’ vrienden ook de zijne. Dat krijg je als er zo weinig potentiële vriendjes zijn. De jongens spelen ook veel meer met elkaar dan in Israël. Zijn meer op elkaar aangewezen. Benjamin is verder vrolijk en eigenlijk enorm in zijn element.

Vaak vraag ik me af of ik dat allemaal had gekund als kind. Volledig tweetalig zijn op je achtste. Drie keer van school veranderen. Nieuwe vrienden maken. De ongeschreven regels van het nieuwe schoolplein leren kennen. Je plek vinden en innemen. Bij de verhuizing van Israël naar Peru hebben de jongens met name qua rekenen een enorme sprong moeten maken omdat niveau veel hoger ligt op de nieuwe school. En ze hebben het gedaan, zonder mokken en zonder stress. Had ik dat allemaal gekund? Ik weet het niet. Ik maak in ieder geval een hele diepe buiging voor onze kinderen en voor al die andere kinderen die hetzelfde doen. Toppertjes zijn het! Hele lieve toppertjes bovendien die niets liever willen dan van de wereld een betere plek maken later als ze groot zijn. Door dat opgroeien in andere culturen hebben ze al heel wat ‘verbetermogelijkheden’ weten te identificeren. Ik ben benieuwd!

4 comments

  1. Wat een mooi verhaal over het leven in Lima ,en hoe Thomas en Benjamin er mee om gaan .Chapeau lieve dochter . je doet dit heel goed .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s