Naar de Wong… mét boodschappenkarretje

In een artikel over het leven in een doorzonwoning ergens buiten Amsterdam – de Volkskrant van 15 april jongstleden – las ik een zinnetje over het boodschappenkarretje. Meestal voortgetrokken door een bejaarde. Toen mijn moeder – een jaar geleden of zo – de suggestie deed dat zo’n karretjes super handig zou zijn voor mij, verklaarde ik haar voor gek. Want inderdaad, de associatie met bejaarde dames drong zich ook aan mij op.

Met een grote glimlach stuurde ik mijn moeder een paar weken geleden een foto van mijn nieuwe bezit. Een heus boodschappenkarretje. Wat moet ze gelachen hebben toen ze mijn nieuwe steun en toeverlaat zag. Arjen had geen idee wat ik bedoelde toen ik voorstelde er een aan te schaffen. Hij stelde voor een van onze handbagage-koffertjes daarvoor te gebruiken. Die hebben ook wieltjes, toch? Hij is mentaal duidelijk verder van de bejaarden-fase verwijderd dan ik.

Waarom toch dat karretje nu we in Peru wonen?

Verkeer. Daarom. Totaal bizar chaotisch verkeer. Het ontbreken van regels. Of van bestuurders die die regels daadwerkelijk als regels beschouwen. Het recht van de sterkste zegeviert hier op de weg. Wij kunnen niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen dat we zo ontzettend blij zijn dat we geen nieuwe auto hebben gekocht voor onze plaatsing in Peru. Geen auto overleeft dit land zonder deuken en krassen. Het is zelfs maar de vraag of je in Lima veel wilt autorijden. Of je dat moet willen. Ik wil het niet. En ik heb autogereden in Tel Aviv en in Dar es Salaam. Geloof me, daar is het verkeer ook een uitdaging. Maar Lima is van een andere orde.  De tip hier: kijk niemand aan, maak onder geen beding oogcontact met andere bestuurders. Gooi je auto ertussen met doodsverachting. Anders kom je niet vooruit.

Nu ben ik  niet zo van de doodsverachting achter het stuur. Ik heb veel geleerd in Israël als het gaat om voor mezelf opkomen. Maar achter het stuur ben ik een watje. Mijn besluit was snel genomen. Hier gaat Ceciel alles te voet doen. En als het niet anders kan neem ik een taxi. Gaat hier prima met Uber en Taxibeat. Mijn stappenteller heeft met verbazing vastgesteld dat mijn gemiddeld afgelegde afstand enorm is toegenomen sinds we naar Lima zijn verhuisd en mijn gewicht reageert daar heel positief op alsmede mijn uithoudingsvermogen. Alleen mijn rug en schouders werden minder gelukkig van de zware rugzakken met boodschappen en van de boodschappentassen in mijn handen.

Vandaar dus. Het boodschappenkarretje.

Dat karretje viel ernstig uit de toon in de Wong (de equivalent van Albert Heijn) in de Larcomar mall. Daar komen vooral toeristen met stoere rugzakken en mannen en vrouwen in zakelijke kleding die in de nabij liggende kantoortoren werken. Ik dacht dat het in San Isidro anders zou zijn. Wie zou er niet alles te voet willen doen in San Isidro? Dit district moet immers lijken op een Europese stad met goede stoepen, fietspaden en veel groen. Maar nee. Ook in San Isidro ben ik een bezienswaardigheid met mijn karretje. Maar niet alleen vanwege dat karretje. Misschien nog wel meer omdat ik een van de schijnbaar weinige señora’s ben die zelf haar boodschappen doet. Boodschappen laat je namelijk voor je doen in het Oud Zuid van Lima. Door je empleada. Die dan ook in een gesteven uniform rondloopt zodat duidelijk zichtbaar is dat ze voor een rijke señora werkt.

Ik heb één keer boodschappen gedaan met Katya. Uit pure noodzaak. Ik begreep echt niet welke schoonmaakmiddelen ze nodig had. Wat ik had gekocht voldeed niet. Wat voelde ik me ongelukkig toen ik met mijn lieve Katya door de Wong liep. Een verschrikkelijke koloniale trut, dat was ik. Minstens. Katya stond erop de kar te duwen en mijn schattige karretje achter zich aan te trekken. Ik mocht niks doen. Als ik iets uit het schap wilde pakken, sprong ze voor me om me zelfs dit kleine taakje uit handen te nemen.

Het was me duidelijk: dit was eens maar nooit meer.

Dus loop ik een paar keer per week met mijn boodschappenkarretje naar de Wong. En ik houd mezelf voor dat de empleada’s die hier in hun donkerblauwe jurk met gesteven witte schort boodschappen doen, dat uniform met trots dragen. Want ook zij ontlenen een zekere status aan dat pakje. Wat een maatschappij. Ik moet eraan wennen.

2 comments

  1. Wat een heerlijk stukje weer Ceciel! Het leest zo dat je meer en meer je draai aan het vinden bent en je mannetje staat!
    Liefs en veel plezier van je karretje!

    Danielle

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s